Poëzieweek 2021

Jouw gedicht in het zicht! Het is Poëzieweek van 28 januari tot 3 februari 2021 .

Kruip jij af en toe, regelmatig of zeer veel in je pen? Hieronder plaatsen we gedichten in de kijker die jullie ons toestuurden na een oproep via de sociale media. Ook de leerlingen van de opleiding 'schrijver' aan de Kunstacademie Halle leverden een bijdrage. Bedankt aan allen en geniet van al dat moois hieronder.

Het wollen verband

We hebben steken laten vallen, sommige hebben we opgeraapt

andere hebben we over het hoofd gezien.

We dragen nu elk een sjaal met gaten. De wol is zacht.

Er is een kunstvezel aan toegevoegd, de stopnaald

werkt hard aan de kunst van het vergeten.

In de kast is nog plaats voor ademloze woorden.

De breinaalden liggen werkloos naast de wol op de plank.

De muizen hebben hun nest gemaakt in onze garenbol.

 

© Jenny Dejager

Portret

Omhelsd door de zachte greep van zijn oude zetel

staart ze naar het gezicht dat wemelt achter glas.

Kon hij maar uit het portret breken en weer schitteren

zoals de vlam uit de pit van het kaarslicht. Ze lacht,

 

ze praat en zwijgt. Ze berust in het gemis, ze bidt en sust.

Ze snikt en dommelt in. Dan breken ze samen het glas, lachen ze,

 

praten ze, zwijgen ze, wordt zij weer geaard

in zijn grond. En telkens heeft hij gewuifd,

 

is hij niet gebleven

 

© Marleen De Smet

De wals

                    Bij het gelijknamige bronzen beeld
                        van Camille Claudel (1864-1943)

Er klinkt muziek die niemand op de wereld
horen kan. Er is ook niemand op de wereld
buiten hen. Ze zien alleen elkaar zelfs
met de ogen dicht. In deze dans op de

cadans van hartslag en betovering
laat zij zich leiden door zijn forse arm
die om haar middel zit. Niets is
méér ernstig in dit ogenblik dan dit:

de draaikolk waarin beiden in een
werveling vergaan. Geen hemel en
geen aarde, geen waanzin en geen wet
brengt hen nog ooit tot staan.

 

Christina Guirlande

 

 

Catwalk naar de schoolpoort

Hij hinkelt sierlijk
in zijn platgetrapte schoenen.
Bedelt aan de deur
voor comfortabeler vervoer
Dit wordt weer ochtend-blazende haast.
Wij praten in de wagen over al wat mooi
en blij en knap in het vooruitzicht ligt.
Over schetsen, tekeningen, foto’s als
rugsteun bij een gek gedicht.
De artistieke babbel raakt
een voelspriet van zijn ongetemd talent.
Kijk nu: Zo spreekt zijn wiegend lijf.
Zie je mij ?
Zie je hoe het moet ?
Hij stapt de catwalk naar de schoolpoort,
wuift vijf vingers blije groet.

 

Maria Sesselle

Aan een kind

Aan een kind

 

Als ooit het leven  

in je mondhoek trilt 

 

omdat de bliksem  

toeslaat uit een bui 

 

of zich het daglicht  

aan de nacht vertilt 

 

kom dan je hoofd  

begraven in mijn trui 

 

en als de liefde 

bij je wimper trilt                  

 

terwijl er veertjes  

vallen in de rui                            

 

of als het donzen  

slagveld je verstilt 

 

kom dan je hoofd 

begraven in mijn trui 

 

Kees Godefrooij

Samenzang in fa(ntasie)

Samen naar de Noordpool

Want daar is geen corona

Samen naar de Zuidpool

Want daar is evenmin corona

Hupsakee, falderidera

 

Samen naar de maan

Met NASA-busje Apollo

Samen naar de hemel

Of samen naar de hel

Hupsakee, falderidera

 

Samen naar de diepzee

Want daar heerst geen corona

Samen staan wij sterk

Maar nu kan het perfect alleen

Holala, holala

 

Samen in de feesttent

Of samen op café

Maar dat is niet voor morgen

En daar doen wij het mee

Oh wee, oh wee, oh wee

 

Etienne Devisch

Los van de hoop

Voelbaar
Gevoelens barend
Gemeend
Nooit gemeen
Hoop
Een hele hoop

Maar dan…
Maar dan…

Nooit genoeg
Alleen genoegen
Herhaling
Spartelend als een paling

En ja
Soms
Bij harde regen
De hoop

 

Johan Lavrysen (bijdrage Kunstacademie Halle)

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’.

 

Rond het haardvuur

Het vuur, waar de tijd zich in verloor,

de sprokkelende kinderen,

het ongebreidelde hout,

de vogels uit het leeggeroofde nest:

 

uit dit gestook hebben wij stroom gehaald,

bloed voor het leven.

Zo heeft zich het land gegeven,

het vuur ons lichaam opgetuigd.

 

Als een mantel sloegen wij de vlammen om,

rook is opgegaan in beelden,

in het vlechtwerk van omheiningen,

het huis vanouds, ons heemaltaar.

 

Francis De Preter

 

PLEIDOOI PRO DOMO

wie kijkt met tederheid naar de distels,

zingt tweede stem op de wind, montert

de ontroostbare treurwilg op? mengt

vuur met water, kortsluit conventies,

 

kerft graffiti in de muur der onverschillig-

heid, aanroept wanhopig god door hem

te ontkennen? wie vergeet een douche te

nemen, dopjes op de tubes te schroeven,

 

begrijpt je met geen 100 hoorapparaten

maar schenkt wel koffie met ‘n warm hart?

 

wie zet je op je paard en wie is de ruiter?

wie kijkt de schoonheid recht in de ogen,

slijpt kleur aan de potloden, laat de krekels

in het hart van de kleinkinderen tsjirpen?

 

jij zit in mijn merg en been, je bent mijn

onverslijtbare muze, mijn a-MUSE-gueule.

 

Mark Meekers

Een gedicht

we

liggen

samen in bed

en ik vraag

of je al slaapt

en je zegt ja

dan is het stil

blijft het stil

op die manier

praten we

nog een tijdje

tot er niets

meer wordt gezegd

 

Hervé J. Casier

 

poëzieweek tekening

Wat als

Wat als
Wat als we weten dat het stopt
Wanneer het stopt
Zal alles dan weer normaal zijn
Wat was normaal
Wat is normaal
Stopt het ooit
Het zit in je hoofd
Zonder doel met een onzichtbaar eind
Het stopt ooit
Nadat je in het licht stapt
Dan zijn we er


Febe Leschave

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’. (Kunstacademie Halle)

tekening poëzieweek

 

Omgekeerd sonnet: I wanna be your dog

Moedwil en misverstand flakkeren in eigen bel

Het universum mild sadistisch

De anderen zelfs geen hel

 

Eigen schijnsel steeds maar manisch

Je ziet en hoort nochtans wel

Hoop je was panisch

 

Dat lichtje was een brand

Wie hoopt die wil

Geen verwachtingen dood en stil

Kom geef me je hand 

 

Wat wou je dat er iets bestond

Ja wie hoopt die wil

Baby boeddha grimlacht kil

Kom geef me je hond

 

Koenraad Denayer (bijdrage via Kunstacademie Halle)

De opdracht was een gedicht te schrijven rond het thema ‘hoop’.

 

 

HOOP

tijd rijp
nieuw verhaal
opmerkelijk terecht
of onterecht
neergezet
het einde
van wilde jaren
grote verhalen
na de dijkbreuk
quasi
volledig gesloopt
maakt rebellie
seksuele vrijgevochtenheid
verzet
gaf
een nieuwe invulling
tijd
genereerde
nieuwe verhalen
Silent Spring


Katelijne Mertens

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’. (Kunstacademie Halle)

tekening poëzieweek

 

 

Pluk de dag

Vooruit met het balletje, oh goddelijke zon
Duw je op uit de zure zee
Ontstijg de hautaine aarde
Warm m’n lijf van kop tot tenen
Eer je van onderop wordt aangevreten

Ik heb dringend een sprookje nodig
Om de dag goed door te komen
Laat mij dromen dat iemand het met me deelt
Zodat zwaarte het van licht niet overneemt
Nu het Forum zijn Messias op het schild verheft

Ik durf niet goed vooruit
Elk keverpasje zorgt voor twijfel
Ook al zie ik er niet uit, geschubd tuig of niet
Ik wil wijdbeens leven, utopisch denken
Eer de duistere wereld me verzuipt

Al verwerk ik jullie drek  tot substantie van hoge kwaliteit
De voedselvoorziening lijdt, onder samenzweerderige beer
Kerels als Bezos zijn niet te stoppen, de ‘race to the bottom’
Op naar de tien miljard
Als nieuwe aanzienstandard

De duivel schijt altijd op de grootste hoop
Maar zoveel stront heb je toch niet nodig
Reken je op adoratie voor je naarstige gedoe
Onder de grond ben je nuttig voor de bioboeren
‘Gelukkige slaven’, van de Colruyt

Mij doet het Vlaamse oppervlaktewater alvast geen deugd
Vijftig milliliter nitraat per liter
Is zelfs voor een mestkever van het goede teveel
Dat het zo niet verder kan, zegt Zuhal ferm
Zij moet zeker her-verkozen worden

Let wel, wij dieren durven ook wel faken
Een vuurvast narratief hebben we evenmin
Eenzaamheid en depressie zijn ook ons deel
Al zijn beurskoersen ons vreemd
Het dikste fruit ligt steevast van boven

 Adelin Schets

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’. (Kunstacademie Halle)

Opdracht: de openingszin...

Opmerking: de openingszin komt uit het gedicht ‘Liedje voor Hannejet’ van Hetty Blok. De opdracht was een nieuw gedicht te schrijven op basis  van deze openingszin
(Kunstacademie Halle)

Misschien heb je er nooit op gelet
maar je kunt ZE horen
HANNEJET
ze kreunt over
krampen in haar been
pijn in haar teen

Misschien heb je er nooit op gelet
maar je kunt ZE horen
HANNELORE
ze jubelt over
kleedjes voor haar pop
liedjes in haar kop

Misschien heb je er nooit op gelet
maar je kunt HEM horen
JAN-FRED
hij brult over
knallen met zijn vuist
slag op zijn puist

Misschien heb je er nooit op gelet
maar je kunt HEM horen
JAN-JOREN
hij beeft over
spinnen op zijn hand
boor in zijn tand


Misschien heb je er nooit op gelet
maar je kunt HEN horen
HANNEJET EN HANNELORE
JAN-FRED EN JAN-JOREN

als je
NU
die computer
die GSM
die smartphone
die tablet

 


UITZET     !!!

 

Kaat Peetroons

 

Hoop

ik ben een leeuw zonder tanden
met een spiegel als prooi in een kooi alleen
om me heen zijn metershoge wanden
ik ben een leeuw zonder tanden
ik ben een vogel zonder vlucht
mijn vleugels ingekort, neergestort en opgegeven
mijn leven is een klucht
ik ben een vogel op de vlucht
ik ben een hondje zonder baas
op wandel gegaan en afgedaan als trouwe vriend
welverdiend een schim, een schijnbeeld, een waas
ik ben een hondje zonder baas
ik ben een haai zonder kompas
vol spijt, de weg kwijt van start tot aan de meet
ik vreet mijn eigen karkas
ik ben een haai zonder kompas
ik ben een aap zonder geklim
dwarsgelegen en mijn wegen omgehakt
gesnakt naar hoogte maar een hersenschim
ik ben een aap zonder geklim
ik ben een vlinder zonder kleur
niets om op neer te dalen en de pedalen kwijt
spijt en een leven in mineur
ik ben een vlinder zonder kleur
ik ben een hommel zonder gezoem
niets om te spreken en smeken doe ik nooit
geplooid onder gras en tak en bloem
ik ben een hommel zonder gezoem
ik ben een hert zonder gewei
ongewild door jagers en slagers en de rest
verpest en de wanhoop nabij
ik ben de wanhoop nabij
ik ben de wanhoop nabij

J. Vanmulder

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’. (Kunstacademie Halle)

poëzieweek tekening

Je ogen

je ogen omarmden mijn hoofd
de warme woorden van die avond in mijn schoot
we dronken een kopje frêle stilte
en wachtten
op wat de ander niet zeggen zou


straks zijn alleen nog
onze voetstappen zichtbaar in de mist

 

Chris Marmenout

 

poëzieweek tekening

 

SCHONE SCHIJN

In de buurt woont een clan
een met een opperhoofd en al
‘t is helemaal geen indiaan
verre van
Zijn schedel is gans glad
geen haar noch pluim
’t is meer een pauw
met veren rond en op
en in zijn gat
Je ziet ze altijd samen
maar enkel met zijn zegen
nu dit dan dat
en amen
Zo paraderen ze wel eens door de straten
hij voorop
met in zijn zog
enkel bange zielen
die verhullen dat ze ‘m haten

 

Hugo Dams

Opmerking: De opdracht was een gedichtencyclus te schrijven rond het thema ‘familie’. Bovenstaande gedicht maakt deel uit van deze cyclus. (Kunstacademie Halle)

 

Jaagpad

Jaagpad
zie het jaagpad
maanstof vangen
gesluierd water spiegelt  
sterren
 
zie het jaagpad
onze dans verstillen
stap naar achteren
een opzij
 
zie het jaagpad
doen vergeten
je keelgat braakt  
haar naam niet
meer
 
zie het jaagpad  
waar we hunkeren
 
jij en ik en
jij en
wij


Dieter Desmet

Opmerking: De opdracht was een gedicht te schrijven met als thema ‘hoop’. (Kunstacademie Halle)

Mijn gezicht

Mijn gezicht is niet
het mijne louter
een goed uitgedraaid
samenraapsel generaties

Mijn ideeën zijn niet
onvergelijkelijk slechts
recyclages van recyclages
reeds gedachte gedachten

Mijn schrijfsels zijn niet
weergaloos uniek gewoon
ingevingen van voorouders
uitgekronkelde hersenspinsels

Ik ben niet
ik toch alleen
maximaal hoogstens
mezelf

 

Loes Denayer

Opmerking: De opdracht was een gedichtencyclus te schrijven rond het thema ‘familie’. Dit gedicht maakt deel uit van deze cyclus. (Kunstacademie Halle)

 

Schaduwbroer

Als jij ...
Als jij mijn broer was -
Ben jij dan mijn partner in crime?
Samen, nooit meer alleen!
Schavuiten zijn wij.
We liggen in het gras.
De zon streelt onze gezichten
We vertellen elkaar onze diepste geheimen.
We fietsen in de wind.
Jij begint te schaterlachen.
Beteuterd zijn wij.
Op heterdaad betrapt!
Jij moet elke dag de afwas doen,
Ik mag een week geen wifi!
Een dramatische scène, haha!
Je kamer, een heiligdom.
Alleen ik mag ze betreden.
Jij luistert naar muziek (Justin Timberlake).
We zingen... ergens horen we een kat miauwen.
We dansen op de zonnestralen, oneindig plezier!
Het is nacht.
Mijn droom spat uit elkaar.
Mijn ingebeelde broer, mijn virtuele vriend!
Ik voel me weer eenzaam.
Schaduwbroer, waar ben je?

Natasja Van Overstraeten

Opmerking: De opdracht was een gedichtencyclus te schrijven rond het thema ‘familie’. Bovenstaande gedicht maakt deel uit van deze cyclus. (Kunstacademie Halle)

 

Zie dat

Zie dat water eens vloeien, zei ze. Zie toch hoe snel. Zou het je niet aanstaan van

te wonen hier vlakbij de rivier? Oud geworden, hoeven we alleen maar te kijken naar

het wassende water, het wuivende riet, het machtig vertoon van de wolken.

Meer dan dit spektakel van hemel en aarde hebben we niet nodig. Alles gaat over.

Zullen we daar dan nog langer om rouwen? Hebben we niets meer te verwachten,

we hebben ook niets meer te vrezen. Elke zomer brengt de koekoek zijn zelfde refrein,

dat van de tijd die verglijdt. Wij zullen zwijgen en voelen en denken. Wanneer het stil is, zullen we het gehinnik van jonge hengsten

horen en het doffe getrappel van hoeven in de wei en op zaterdag heel in de verte, het lange luiden van de kerkklok.

We wonen aan de oever en zijn niet ongelukkig, ook al zijn we voorbij. Op een dag

zullen hemel, aarde en water in elkaar vloeien en ons meevoeren. Zo zal het zijn.

 

Rose Vandewalle

Dagboek van een opa - anno 2021

Ja, zo moet het gevoeld hebben;

de vertwijfeling die aan het bot knaagt,

de onzekerheid die achterdochtig maakt

en de radeloosheid steeds dichterbij brengt,

want specialisten verzamelen alle schrikgrafieken.

 

Ja, zo moet de sfeer geweest zijn;

angstig, onverschillig, simultaan aberrant

en nergens hoop op sleutels die openen,

wel in tegendeel sluiten en afzonderen.

Nergens boodschappen die daden uit woorden halen.

 

Ja, zo was het toen wellicht. Een kille tijd van afwachten

en door poreuze gordijnen gluren. Deurbellen die staken,

auto’s die verstandig slapen en elke wandelaar als vijand aanzien,

elke passant die in zich draagt het mogelijk gif dat mij gevangen zet.

De profiteurs van de straatstenen, als pauwen weer paraderend.

 

Dit dagboek getuigt geen heroïsch verzet

maar wel aanvaarding en onderwerping

en de les dat mensen enkel mensen nodig hebben,

zal na de lockdown weer vlug vergeten zijn.

Of niet soms COVID-19 en mutanten….?

 

Frank Decerf

Lockdown

Sommigen kunnen het niet meer hebben.
Sommigen schilderen een spiegel op de muur
met het gelaat van een vrouw erin vervat.
Sommigen luisteren naar een bandje
met de stem van een vrouw
die nauwelijks verstaanbaar fluistert.
Sommigen voeden hun verbeelding
met herinneringen aan avonturen
die ze nooit hebben beleefd.
Sommigen zien in de plooien
van de dekens op het bed
de vorm van een slapende vrouw.
Sommigen vallen in slaap
met een hand in de hand van de nacht.
Sommigen fluisteren ik hou van je
en luisteren naar het antwoord van de kachel.
Sommigen kunnen het niet eens worden met zichzelf.
Sommigen kennen de nauwkeurige persoonsbeschrijving
van haar die ze nooit hebben gekend.
Sommigen wijzen de plaats aan
waar schoonheid uit alcohol ontstond.
Sommigen zitten bewegingloos in een kamer
en reizen in duizelingwekkende snelheid
door het land dat begint achter de spiegel.
Sommigen vrezen de zonsopgang.
Sommigen antwoorden op de vragen
die niemand hen ooit stelt
bij gebrek aan belangstelling.
Sommigen zien in het behangpapier
hoe een leven voorbijgaat.
Sommigen kunnen niet eens met zichzelf praten.
Sommigen beseffen niet dat gisteren nooit begonnen is.
Sommigen zinken als een steen in de tijd.
Sommigen voelen hun bloed stilstaan.
Niemand is alleen in zijn eenzaamheid.


                                                         Willem M. Roggeman

Lied van Moynalty

Ik sta bij Maura’s graf en kijk over de heuvels uit. De heuvels

krommen hun rug in Moynalty en zijn dicht bij elkaar gaan

liggen om generaties geheimen te bewaren. De klimop klimt

in de bomen in Moynalty en de bomen spreiden hun takken

over de heuvels uit. Ze beschermen de doden in Moynalty. 

De wolken hangen zwaar boven de heuvels, de weiden en

de akkers. De wolken wegen op Moynalty. De doden houden

zich schuil en bevolken de leegstaande huizen in Moynalty.

Ze praten met de levenden en eten van hun borden in

Moynalty. De huizen hebben een waardigheid gelijk aan

die van de bomen in Moynalty. Ze herbergen de doden

en de doden leven in Moynalty. Ik sta bij het graf en knijp

in je handen, en in die van je moeder, Maura, in Moynalty.

 

Joris Iven

Ogenblikken

                                                voor Pien Storm van Leeuwen

 

We bereiden ons voor op het ogenblik

dat we elkaar niet meer kunnen spreken.

 

Onze woorden, onze zinnen verschuiven in

tragere landschappen: bomen, beken, dreven,

 

vennen, weiden, wolken. We zullen het altijd

blijven delen ook als we elkaar niet meer zullen

 

spreken. Onze handen verstillen. In lijnen,

in rimpelingen ontstaan vijvers. Ze zullen

 

bewaren wat we schreven, ze zullen vasthouden

wat we zwegen in een veelvoud van ogenblikken.

 

Frans A. Brocatus

 

Hier is de cirkel van samen

schilderij Anita Vandamme

Kleurrijke levens

verbonden in

gedachten

in hart

 

Verbonden in verhalen

van samen leven maar ook

in verhalen van onvervuld verlangen

 

Verbonden in verwondering

in verwonding

verbonden in zwijgen

om weer naar mekaar te reiken

 

verbonden in liefde

in duister, in licht

Samen in on- zichtbare verbinding

 

Hoe mooi is dat:

Samen

 

Eva Leclercq

HET KLEINE SCHUILEN

                             bij mixed media van Bertina Abs

zo schuilen we

scholen we samen

neigen, schurken

tegen elkaar aan

zoeken houvast

dekken elkaar toe

verstrengelen

 

stiller dan vertrouwd

zoeken we toevlucht

leggen ons om

elkaar heen

omhelzen

in dit uur

- ons eeuwige

 

Roger Nupie

tekening poëzieweek

Verbintenis

jij bent

in mij

verloren,

geborgen

in jou

ben ik

 

het karmawiel

in het huis

van mijn ziel

het geopende raam

 

op mijn visie

mijn toekomst

mijn heden

 

gegrift in mijn hart

mijn gebeente

mijn vlees

onuitwisbaar

jouw naam

 

tine hertmans

 

WAT GEWEEST IS BLIJFT

We zorgden voor een huis

voor erfgenamen

en dagelijks brood

een bankrekening

een knuffeldier

we hadden niets vergeten

alleen elkaar waren we kwijt

toen we dat beseften

viel er niets meer te zeggen

het verhaal was uit

maar bij het graf

ademt een nieuw begin

niets is nu zo levendig

als de herinnering

 

Gerda Berckmoes

Ongeschreven gedicht

                          (voor Riet)

 

Onder de koepel van het station

zag ik haar naar mij komen,

terwijl op elk perron

afscheid werd genomen

kwam zij naar mij in het groezelige licht,

glimlachend, zilverwit

en zo volkomen gaaf

dat ik dacht aan een goed gedicht.

 

Het handelde niet over haar

noch over hoe zij daar afgescheiden

van de reizigers naderde

maar over een magnoliaboom

in bloei bij de rivier

en hoe de ongezeglijke zon

in  het volmaakte ovaal van haar kroon

elk van haar tulpen zilverwit

en gaaf in het water weerkaatste.

 

Terwijl wij elkaar begroetten

en de alchemistische zon

goud maakte in de koepel    

zinderde in mij een vage pijn         

zoals bij het afscheid nemen.

 

In het gedicht dat ongeschreven

moet blijven zag ik haar drijven

– Ophelia – op de rivier,

machteloos zag ik haar zinken

tussen de tulpen in de kroon

van de magnoliaboom.

 

Zij zei me: je ogen tranen.

En ik: ach kind wij staan in de wind.

 

Willy Spillebeen

Uit ‘Blues om wat blijft’ (P, Leuven, 2011)

ik wil je lippen zijn

ik wil je lippen zijn, dieprode lippen

of lippen van oranje

die mij kussen op mijn neus en in mijn oren

ik wil als woorden aan je lippen dralen

ik wil als water aan je lippen zijn

 

zo los en lippig wil ik zijn

ik wil je lippen zijn

 

ja, die lipjes van witte chocola met roze marsepein

die vond je fijn, maar de cologne van de kruidenwinkel

- dit lijkt op biofraude zei je

 

cologne moet echt zijn, parfum moet echt zijn, niet bio

het stinkt een beetje veel, zo veel - je bromde

als een beer ontwakend uit zijn winterslaap

 

ach, zei ik, geef die cologne maar aan mij

ben immers dol op geuren van sinaas en sandelhout

van lavendel en valeriaan

 

envoye:

 

ik wil mijn lippen zijn, dieprode lippen

of lippen van oranje

die je kussen op je neus en in je oren

op geheime plekjes in je nek

ik wil alleen maar lippen zijn

ik wil je lippen zijn

 

Nicole Van Overstraeten

tekening abstract

Op een afstand

dit is een verzacht

moment

 

alles

achtergelaten

hebben en houden

gelukzalig geloof

alles

kwijt

of afgestaan

 

niets

ontzegd

of verzwegen

 

leven

milde makker

 

maat

 

Roger Swalens

 

Rivaal

Mijn gedicht stond op mijn raam.
Ik stond erachter.
Onderweg naar de super
ving het jouw blik.

Op je gezicht verscheen die junimorgen
toen de nevel zorgzaam werd weggenomen
en de zomerdag dartele plannen had.

Je had me kunnen zien
Ik had kunnen zwaaien.

Maar van mijn gedicht
kan ik het toch niet winnen.


Will van Broekhoven

tekening abstract



 

TOEN

Er was telkens weer de vogel in het licht

van de septemberochtend.

Het waarschuwen voor iets dat alsnog

onzichtbaar bleef.

Er was het zoeken in spleten en holen.

Het aanraken van verboden dingen en

deemsterend  licht dat zich achter

het venster legde.

Er was de oever met het altijd ruisend riet.

De fluistering in de bomen.

Het steeds verlangen naar meer.

Er waren de geheimnisvolle nachten.

Het zich verschuilen in de boomhut.

Het murmelen als van kleine stromen.

Er waren de beloften.

Het steeds opnieuw herhalen

van magische formules waardoor we

trollen of tovenaars werden.

Er waren de manestralen

waarin gezichten  woonden.

De vuurvliegjes bij de stille vijver

met het zwarte, roerloze water.

Er waren de gefluisterde geheimen.

Het drinken uit onbestaande bekers.

De eden van trouw.

 

Er was de jeugd

die we daar verloren.

 

Er was zoveel…

 

© Patricia De Landtsheer

Het krijsen als uit eeuwenoude monden.

 

kinderlijke onschuld

Klein vrolijk kind

Laat je nog lekker slingeren op de schommel

Spring in het lange gras

Dartel als een nieuwsgierige vlinder

Nu kan het nog allemaal…

Binnen enkele jaren wordt je gemuilkorfd

Mag je enkel denken wat gedacht moet worden

Vooral niet zelf denken

Gevaarlijk !

Je moet netjes over een lijntje lopen

en een elektronische stem dicteert waarheen je je moet begeven

Je moet dag en nacht traceerbaar zijn

Je moet flexibel en gedwee elke job aanvaarden

en blindelings alle taken uitvoeren.

Consumptie vormt je voornaamste ontspanning

Ja, dit is de wereld der volwassenen… welkom !

En stel je vooral geen vragen over het waarom en het waarheen

Want je mag enkel denken wat gedacht moet worden

Vooral niet zelf denken

Gevaarlijk !

tekening abstract

 

Katia Van Cauwenberghe

De stoep op

Dit is een straat: een huis of wat, een boom

een hek dat hapert, poes in haar verloop

gepest door eksters, mussen in de goot.

 

Dit is wat wij nu doen: elk huis luchtledig

maken tot het heen en weer beweegt. Het

ruiken van de tuinen schoon verdelen.

 

Kort daarna bezetten met zijn allen.

Tafels vol met koek en koffie. Banken,

stoelen, alles aan de kant en dan de

 

stoep op, samen dansen luider juichen

billen kletsen, handgedraai, tot buiten

adem. Gapen naar de maan. De huizen

 

laten zingen, stiekem veel geblaat,

als veulens blindelings leunen op elkaar

en vingers likken tot de dageraad

 

ons wakker schudt.

 

 

Etienne Colman

Misschien

misschien

te veel gebruikt

niet

onderhouden

zij voelt de kou

hij vat het niet

hij wil wel een

nieuwe kopen,

maar het is te laat

zegt ze

zijn de winkels dicht

vraagt hij

ze zucht:

jij begrijpt er

echt niks van

en dat is ook zo!

 

Liese L

Watertandem

het strand is een streep

afgezet met duin

tegen een mariablauwe hemel    

we schieten over het water

laten een spoor achter ons

van ziedende witte schuimpjes

we golven vooruit

ik ruik de zee

en de zonnebrandolie op jouw rug

zal ik misschien Jacques Perk citeren?

ik wacht er nog even mee

 

we trappen op de watertandem

jouw mooie benen spannen

zich bij elke pedaalslag

door de beweging zie ik

hoe het stukje stof omhoog schuift

dat blauwe zwembroekje

met gele en rode bloemen

verdwijnt in de spleet van jouw billen

wordt niets ontziend opgegeten

 

waarom denk ik bij deze aanblik

altijd aan de cello van man ray

direct voor mij

perfekt, naadloos gebruind

straf op een zadel

in een gloeiende beweging

trotseert wind en het opspattende water 

doet verlangen

 

ik lik het zout van jouw rug

in plaats van het stuur

omvang ik jouw borsten

jouw haren omspelen mijn gezicht

zweef ik met jou over het water

over het spiegelende zilt?

 

ik bijt een stukje uit de tijd

watertanden op de watertandem

 

hé, ben je in het water gevallen

ben je er nog?

roept ze naar achteren

iets bezorgd lijkt het, maar wel vrolijk

inderdaad, ik was even weggevlogen

in een wolk van herinneringen

aan waarschijnlijk alle watertandems

met pedalerende vrouwen

die ik eens ergens moet hebben gezien

 

ik moet verder trappen

 

we hebben nog twaalf minuten

om terug te komen, zegt ze nog

en ik fiets zoals ik het al lang niet heb gedaan

we scheuren door de branding

het water spat in ons gezicht

we glijden terug op het strand

een diepe voor gesneden in het zand

goh, niet gedacht dat jij nog zo snel bent

dat was hartstikke leuk met jou

bedankt hoor!

in haar ogen zie ik nog even de zee

 

in de verte staan haar vriendinnen

net aangekomen

ze wuift nog even terug naar mij

ze is weg

 

ik weet niet eens hoe ze heet

vergeten te vragen

waar ze vandaan komt

waar ze naartoe gaat

hoe lang ze hier is

a ja, ze is aan het promoveren

aan een universiteit op iets

dat ik helaas ben vergeten

vandaag de dag zijn er zoveel nieuwe vakken

 

op een strandterras

drink ik nog een kopje koffie

ik moet er even bij zitten

na deze prestatie voel ik mijn benen

mijn rug doet het nog

een oudere, behaarde man

met een buikje

hij schijnt wel vertrouwenwekkend

anders had ze me toch niet gevraagd

of ik zin heb om met haar

op een watertandem te gaan zitten

ze zijn nog maar een half uur open

zei ze, en haar vriendinnen zijn er nog niet

misschien wil ik wel een rondje met haar

is toch leuk, over het water

ze betaalt

 

koebellen luiden

op een alpenwei in Zwitserland

het is mijn mobieltje

hallo opa, kom je?

we wachten op je

het avondeten is klaar!

 

18.1.2021

J. Otterspeer

ROND HET HAARDVUUR

Het vuur, waar de tijd zich in verloor,

de sprokkelende kinderen,

het ongebreidelde hout,

de vogels uit het leeggeroofde nest:

 

uit dit gestook hebben wij stroom gehaald,

bloed voor het leven.

Zo heeft zich het land gegeven,

het vuur ons lichaam opgetuigd.

 

Als een mantel sloegen wij de vlammen om,

rook is opgegaan in beelden,

in het vlechtwerk van omheiningen,

het huis vanouds, ons heemaltaar.

 

Francis De Preter

 

tekening abstract