Eerste lezers

Hier vertellen we je wat meer over de leesniveaus van kinderen. Zo kan je op een gerichte manier zoeken naar een boek dat past bij jouw kind. In de bib hebben we eerste leesboekjes waarop het leesniveau (AVI-niveau) aangeduid staat, maar ook eerste leesboekjes zonder deze aanduiding. De leerkracht van je kind kan je vertellen op welk AVi-niveau jouw kind leest.

 

Leestechniek

Op school en in de bib wordt het AVI-systeem gebruikt. Het geeft aan hoe goed een kind technisch kan lezen.

Sinds enkele jaren worden de leesniveaus op de boekjes anders aangeduid. Vroeger waren er 9 AVI-niveaus. De nieuwe AVI-indeling kent 12 niveaus. Deze niveaus zijn gekoppeld aan de leerjaren van het basisonderwijs.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nieuwe aanduidingen voor de AVI-niveaus, in relatie tot de oude benamingen en de leerjaren in het Belgische onderwijs.

tabel AVI


 

Leesplezier

Het AVI-niveau is natuurlijk niet het enige waar je bij het kiezen van boeken op let. Het belangrijkste is eigenlijk dat je kind plezier heeft in lezen. Maak de keuze voor een boek daarom bij voorkeur samen. Kies een boek dat past bij de belevingswereld van je kind en aansluit bij zijn of haar interesses. Een kind kan een bepaald onderwerp zo leuk vinden dat het een moeilijk boek  (frustratieniveau) over dat onderwerp met heel veel plezier leest. Soms helpt het om zo’n boek samen met je kind te lezen waarbij jij de moeilijke woorden en zinnen voorleest.

Enkele tips om het leesplezier te vergroten:

  • Bekijk de kaft van het boek samen met je kind en tracht te raden waarover het boek gaat.
  • Laat je kind zelf kiezen waarover het wil lezen.
  • Maak bewust tijd om samen met je kind te lezen en geef het dan al je aandacht.
  • Ga samen met je kind op een rustige plaats zitten om te lezen. Maak het daar gezellig (een zetel, een drankje en een snoepje doen wonderen).
  • Lees af en toe ook eens een stukje voor. Kinderen (ook oudere kinderen) genieten van voorlezen en leren veel uit goede leesvoorbeelden.
  • Stop net voor het einde van een verhaal met lezen en raad samen met je kind naar de afloop. Controleer vervolgens of je de afloop goed hebt geraden door het laatste stuk te lezen.
  • Benadruk vooral wat er al goed of beter gaat. Leg geen overdreven nadruk op de fouten die je kind leest, maar begeleid het op de manier die de leerkracht heeft aangeraden.
  • Praat over het boek. Wanneer er doorheen de dag iets gebeurt, dat lijkt op een gebeurtenis uit een recent gelezen boek, dan kan je hiernaar verwijzen. “Hoe reageerde het hoofdpersonage hierop? Hoe voelde hij of zij zich?” Je legt op die manier de link tussen het boek en de “echte wereld”.

 

 

AVI op school

Basisscholen gebruiken specifieke toetsen om het technisch leesniveau van leerlingen te bepalen. De resultaten van deze toetsen geven aan op welk AVI-niveau het kind leest. Ook de boeken worden in AVI-niveaus ingedeeld. Zo kan ieder kind boeken kiezen die qua technisch leesniveau bij hem of haar passen.

Na een test op school weet de leerkracht 3 dingen:

  • Het beheersingsniveau: de boekjes die het kind al helemaal zelfstandig kan lezen.
  • het instructieniveau: de boekjes waarmee het kind onder begeleiding moet oefenen om nog beter te leren lezen.
  • het frustratieniveau: de boekjes die voorlopig nog te moeilijk zijn voor het kind.

In principe mag je kind alle boekjes op beheersings- en instructieniveau lezen. Dat hoeft niet altijd een boekje van het hoogste instructieniveau te zijn. Goed lezen doe je door veel te lezen. Het kan dus geen kwaad dat er al eens een boekje wordt gelezen dat net iets te gemakkelijk of net iets te moeilijk is. Bij de boekjes op instructieniveau is enige begeleiding van de ouders wel noodzakelijk. Hoe je dit doet, vraag je het best aan de leerkracht. De boekjes op beheersingsniveau kan je kind helemaal zelf lezen. Kies echter niet alleen boekjes die je kind zelfstandig kan lezen (beheersingsniveau). Om vooruitgang te boeken, is het noodzakelijk om je kind onder jouw begeleiding te laten oefenen met boekjes op instructieniveau.